*** Hoofdstuk 3: Mo, adem!***

|
|
|
De winter kwam stilletjes dichterbij. De dagen werden korter, de nachten langer, en de zon, een beetje verlegen, bleef langer verborgen achter de horizon. Haar warmte werd schaarser. De bomen vielen intussen rustig in slaap en lieten hun bladeren vallen, terwijl ze wachtten op de terugkeer van het licht, de warmte… en de energie van de zon. Zoals elke woensdag rende Mila het klaslokaal uit en sprong ze in de armen van haar grootmoeder. Ze kneep haar zo hard vast dat het leek alsof ze zich probeerde op te warmen. Ze bibberde, haar kleine handjes waren ijskoud. — Wat is er met je, Mila? vroeg haar grootmoeder. Je bent ijskoud, word je ziek? Mo. Zo noemde grootmoeder haar huis. Na zoveel jaren samen waren het huis en zij… vrienden geworden. Een vreemde vriendschap: stil, stevig, geruststellend. Elke dag bood Mo een beetje comfort, een klein hoekje geluk. Bij het binnenkomen slaakte Mila een lange zucht: — Oef… het is warm bij jou, mami! — Dat is het contrast, legde haar grootmoeder uit. Buiten is het heel koud en binnen heel warm. Wacht even, je lichaam gaat zichzelf weer regelen. Mo waakt al over je. Grootmoeder legde haar hand op de muur. — Zie je, Mo maakt zich klaar om ons te ontvangen. Ze warmt heel zachtjes op zodat de temperatuur perfect is wanneer we thuiskomen. Mila fronste haar wenkbrauwen. — Maar hoe weet Mo wat de ideale temperatuur is? — Tja… de ideale temperatuur bestaat eigenlijk niet echt! antwoordde haar grootmoeder met een knipoog. Iedereen voelt dat anders aan. Dat noemen we “thermisch comfort”. Maar laten we zeggen dat er een temperatuur is waarbij bijna iedereen zich goed voelt. En die kan Mo bereiken als ze goed geïsoleerd is. Mila trok aan haar jas. — Zoals de mijne? Maar ik heb er eentje voor sneeuw en eentje voor regen. Heeft Mo ook meerdere jassen? — Nee, maar één… alleen met meerdere lagen! Ze glimlachte. — Zoals dieren, weet je? Hun huid, hun vacht, hun veren… alles is gemaakt om hen te beschermen tegen de kou en tegen de warmte. Ze zijn aangepast aan de plek waar ze leven. Mila haalde haar schouders op. — En Mo, heeft zij ook haren? Haar grootmoeder barstte in lachen uit. — Niet echt! Maar kijk, de huid van dieren heeft drie lagen:
— En Mo heeft dat allemaal ook? — Op een bepaalde manier wel… maar niet in dezelfde volgorde. Mila sperde haar ogen wijd open. — Er zit een geheim in de huid? — O ja. Het geheim is dat ze zich aanpast aan wat er buiten gebeurt… Ze “ademt”. — Ademen? Maar je ademt met je neus en je mond! — Wij wel. Maar de huid helpt ons onze temperatuur te regelen. Bij mensen is ze niet zo efficiënt, daarom dragen we jassen. Maar MO, die ademt door haar wanden. Mila raakte de muur met haar vingertoppen aan. — Dus de huid van MO… dat zijn de muren. En die ademen? Supercool. — Precies. En als de huid van het huis gezond is, doet ze drie essentiële dingen:
Mila haalde diep adem, gerustgesteld. — Het is waar… ik voel me nu veel beter. MO, jij regelt dat echt goed! MO antwoordde niet. Toch had je kunnen zweren dat ze glimlachte. |



